MM Moorddossier : De honden van Hengelo - deel 2: de verdachten

—— Oplossing deel 1:

De fles die was gebruikt om de schedel van de hond mee in te slaan zat vol Gin, de geur van jeneverbes verraadde de inhoud van de fles. 

Op het moment van zijn dood dronk Evert uit een fles bier. Zijn bierfles was nog heel, terwijl de Gin fles versplinterd op de grond lag. 

Het is onwaarschijnlijk dat Evert zijn hond heeft aangevallen met de enige fles Gin in huis, voordat hij weer ging zitten en zijn bier dronk. Er moet dus iemand anders in huis zijn geweest! 


———-—-
Een dode man, een dode hond, een huis vol bloedvlekken, glasscherven en biergeuren. 
Volgens de politie was het een ongeluk, maar er klopt iets niet. 

Dit is MoordMoment Moorddossier : De honden van Hengelo -  deel 2: De verdachte
———-—-

Rechercheur Gerrit ten Have richtte zich tot inspecteur Jan Scholten. 
“Had ons slachtoffer, Evert Bakker goede vrienden of metgezellen?”

”Zijn broer Klaas, die ook vechthonden fokt en africht. Hij is degene die het slachtoffer heeft gevonden en ons onmiddellijk verwittigd heeft. Hij is buiten op straat met mijn mannen aan het praten.”

”Kunt u zo vriendelijk zijn om hem binnen te laten komen, inspecteur?”

Inspecteur Scholten keek verontwaardigd, maar schikte zich al snel. 

Klaas Bakker was een tanige man met een rode gelaatskleur. Ik schatte in dat hij iets jonger was dan zijn broer, hoewel zijn gezicht getekend was door zorgen en vermoeidheid. Zijn neus was meermaals gebroken geweest en zijn linkeroog was nauwelijks te zien door een opgezwollen kneuzing. Zijn andere, waterige oog dwaalde nerveus door de ruimte terwijl hij ons benaderde. 
Toen hij tenslotte zijn broer in het oog kreeg, ontsnapte hem een snik. 

“Heel erg bedankt voor uw komst, heren,” mompelde hij, alsof hij een delirium had. “Ik kan niet geloven dat dit onze Evert is overkomen”

Gerrit bekeek hem met een uiterst onderzoekende blik en was vervolgens zo attent om zich dusdanig te manoeuvreren dat Klaas het tafereel niet hoefde te aanschouwen. 

“Meneer Bakker, ik begrijp dat u en uw broer zich inlieten met het africhten van vechthonden om het tegen elkaar op te nemen.”

Klaas knikte, zijn handen klemden in elkaar. 

“Ja, dat klopt. Maar Evert .. hij was de beste. Hij heeft Hugo al vanaf dat hij een puppy was. Hij was onze trots en bracht geld in het laatje. Hij heeft ons onderhouden sinds vader ons verlaten heeft.”

“Wat kunt u mij zeggen over de gebeurtenissen voorafgaand aan de dood van uw broer?” Vroeg `Gerrit op kalme en afgemeten toon. “U was hier, nietwaar?”

Klaas Bakker sperde zijn bloeddoorlopen ogen open en leek toen weer te ontspannen, alsof hij losliet wat op hem drukte. 

“Ja, ik was hier. `het moet na middernacht zijn geweest. We waren net terug van het gevecht van die avond. Ik woon bij onze moeder, hier tegenover, daarom gaan Evert en ik altijd hier nog wat drinken”

”Werden jullie vergezeld door 1 van de andere africhters?”

”Nooit van mijn leven! De anderen hebben het niet zo op Evert, omdat Hugo steeds wint! Nee, wij zijn erg op onszelf meneer ten Have.”

”En uw honden? Had u die ook meegebracht?”

”Evert nam Hugo mee naar binnen om zijn verwondingen te verzorgen. Ik heb mijn brave Leo thuisgebracht, omdat ik niet wilde dat ze het met elkaar aan de stok zouden krijgen, ziet u? Toen kwamen we hier, dronken wat en maakten een beetje ruzie - zoals we altijd doen”

Gerrit knikte bedachtzaam. 
“En wat was bij deze gelegenheid de aard van jullie meningsverschil?”

Klaas slikte luid, zijn ogen gingen heen en weer met een mengeling van verdriet en vrees. “Ik zei dat hij te veel van Hugo vroeg. Het was niets om over te bekvechten, maar we hadden al een paar op, ziet u?”

Gerrit zijn blik werd scherper. “En ontaarde uw meningsverschil in geweld?”

Klaas kromp ineen bij die vraag en balde zijn vuisten. “Het was niets bijzonders, meneer ten Have. We hadden woorden met elkaar en we duwden en trokken wat. Maar ik zweer dat het nooit de bedoeling was dat dit zou gebeuren”

”Wat is er dan precies gebeurd, meneer Bakker?”

“Leo raakte opgefokt en begon te blaffen. Evert is nogal een heethoofd en hij was tegen het arme beest aan het schreeuwen. En toen vloog Hugo hem zomaar aan!”

Klaas pauzeerde even, zichtbaar aangedaan door de herinnering aan de gebeurtenissen. Daarna vervolgde hij: “Ik was gewoon niet snel genoeg. Vervloekte dronkelap die ik ben! Een bulterriër zoals Hugo krijg je niet zomaar in bedwang, hoe moe hij ook was van het gevecht. Het was een worsteling voor me om hem … stil te krijgen. Toen ik naar Evert keek, zat hij onder het bloed, maar hij was nog kwaaien dan eerst. Woedend dat ik zijn beste vechter had afgemaakt om zijn leven te redden! Hij stuurde me weg. Er viel niet meer met hem te praten, dus toen ging ik maar.”

Gerrit bekeek Klaas Bakker met een ondoorgrondelijke gezichtsuitdrukking. 
“Juist. U maakte zich geen zorgen over de toestand van uw broer?”

”Natuurlijk wel! Maar hij keek moordzuchtig uit zijn ogen. Er was op de hele wereld niets waar hij meer van hield dan van Hugo en ik wist niet wat hij zou doen als ik zou blijven. Bovendien was ik in de olie! Thuis raakte ik buiten westen zodra ik mijn kussen raakte. Het was na de middag toen ik wakker werd. Ik had mijn roes een beetje uitgeslapen en voelde me vreselijk vanwege Hugo, dus ging ik terug. De deur zat niet op slot en ik liet mezelf binnen. Dat was het moment dat ik Evert vond, precies zoals u hier ziet. Ik …” 

Klaas was niet in staat verder te gaan. 

Rechercheur Gerrit ten Have knikte meelevend en overhandigde de snikkende man een van de ongeopende flessen bier. Klaas snufte. “Nee, dank u, meneer ten Have. Ik heb een hekel aan dat bier van Evert. Oh, moeder, het spijt me zo!” 

Gerrit liet Klaas bedaren voordat hij verder ging. 
“En u heeft de politie onmiddellijk op de hoogte gebracht?”

”Ja. Normaal gesproken kunnen we het niet zo vinden met de arm der wet, vanwege bepaalde kerels die ons spel zwartmaken. Maar wat kon ik anders? Het is allemaal mijn fout. Mama zegt dat we geruïneerd zijn …” Overmand door verdriet werd Klaas opnieuw onsamenhangend. 

Gerrit staarde naar inspecteur Scholten, die leeghoofdig terugkeek totdat hij begreep wat mijn vriend bedoelde met zijn opgetrokken wenkbrauw. De inspecteur begeleidde Klaas voorzichtig de kamer uit, zodat Gerrit en ik alleen met de doden achterbleven. 

Gerrit liep heen en weer door de kamer. 
Toen hield hij stil bij het lichaam van de hond en nam een diepe teug van de stinkende lucht, hij had een gelukzalige glimlach op zijn gezicht, alsof het een mooie ochtend in mei in de Oostenrijkse bergen was. 

“Ik ben er zeker van dat Hugo zijn meester niet heeft gedood,” verklaarde hij. 
“De bloederige vlek op de bril van Evert Bakker is de sleutel”

”Ik was ervan overtuigd dat de vlek is gemaakt door de neus van een bulterrier”
“Inderdaad, dat klopt,” zei Gerrit, nog steeds met een gekmakende glimlach. 
Hij haalde de scherf tevoorschijn die hij bij onze aankomst had onderzocht. 

Bij nadere inspectie zag ik dat er een vage afdruk op het glas zat, waarschijnlijk afkomstig van de neus van de dode hond. 


- Wat had ik over het hoofd gezien ? -